Een redder in nood hoeft niet altijd een mens te zijn.
Dieren doen het al eeuwenlang heel goed in deze scene. Het hoeft dan niet
altijd een levensbedreigende situatie te betreffen. Een vermissing hoe komisch dan
ook moet toch ook kunnen. Ik heb ik al enige tijd uit nostalgische overwegingen
een dergelijk komisch waar gebeurd verhaaltje in mijn bol. Ik zal het vandaag
maar eens tastbaar maken op papier.
Wie weet vindt u het ook leuk.
Wie weet vindt u het ook leuk.
Ik weet niet
meer alle inn’s and out’s maar dat doet er ook niet toe. Dit verhaaltje nestelt
zich al 46-48 jaar in latent vorm in mijn brein en kwam bij het bekijken van een
fotoalbum weer in alle hevigheid naar boven. Dus vandaag tijd om deze gedachten neer te pennen en te vertellen op papier.
We hadden vroeger een hondje. Hij heette Tommy en was van
een ras waar meerdere onzichtbare bloedlijnen in voorkwamen. Het was daarom ook
wel een heel sterk en lief hondje. Een officiële registratie had Tommy dan ook niet.
Dit interesseerde mij allerminst. Tommy
maakte al een heel tijd deel uit van ons gezin. Mijn broer en ik hebben Tommy van de dood gered want op een avond wilde de eigenaar hem naar het slachthuis brengen. Het hondje was totaal overbodig geworden! pardon! Het hondje had een touw om zijn nek nota bene, zelfs geen riem of halsband, te duur of bestemd voor een volgend slachtoffer hondje? Het hondje is tot zijn dood in ons gezin gebleven. Mooi toch! Dit was in een tijd en in een
buurt waar honden nog los liepen en de baasjes niet bang hoefden te zijn dat
het diertje door een auto overreden zou kunnen worden. Echter een keer is dit toch gebeurd
en werd onze onvoorzichtige Tommy door een auto aan zijn linker bats, lees bil,
geraakt. Hij heeft toen een week of zo gestrompeld en was hierna weer beter en
zonder mankementen. Maar wel beter op zijn hoede.
Dierenartsen voor honden en
katten en klein gedierte waren er destijds nog niet veel in tegenstelling tot nu.
Het dagelijkse leven en nieuws was in deze tijd ongecompliceerd. Behalve dan de grove impact op onze netvliezen van de Vietnam oorlog. In het Limbrichterveld in Sittard waar ook dit verhaaltje zich afspeelde
ging alles zijn rustige gangetje en was er voor mij als toenmalig 6-8 jarige niet veel
stress te zien of merkbaar. Toen was geluk nog heel gewoon.
Mijn broer en ik sleepten in die tijden van alles mee
huiswaarts. We hadden ook nog een volière. Nou dan weet u het wel. Op een gegeven
moment kwam weer een nieuwe vriend, Sjuulke genaamd, in ons leven. Meestal moesten andere mensen iets kwijt wat
niet helemaal meer voldeed aan de eisen en dan
was het gewoon om kinderen te vragen wil je ‘m hebben. Kinderen vinden
van nature al snel iets zielig dus groeide onze dierenkroost af en toe sneller.
Pap en mam zullen dit niet altijd prettig gevonden hebben. Maar ja hoe meer
zielen hoe meer vreugde zullen we maar zeggen. Ook Sjuulke was welkom.
Terug naar Sjuulke. In de eerste oogopslag was er niets met
Sjuulke aan de hand. Sjuulke was een mooie groene levenslustige kwetterende
parkiet. Een hebbeding. Mooi in de veren, blauwe neus met een trotse
uitstraling. Hetgeen betekent dat hij van het mannelijke geslacht was. Echter
Sjuulke kwam zijn kooi niet in en moest daarbij geholpen worden. Sjuulke was
als het ware een springende vrolijke parkiet. En niet eentje waarmee je
boodschappen aan een ringbandje kon laten bezorgen, zoals in de postduiven
business.
Ik heb dit een tijdje aangekeken. Sjuulke was en bleef lief
en levenslustig en kirde er vrolijk op los. Vliegen ho maar, een vreemde gewaarwording. Ik inspecteerde wel eens zijn vleugels maar daar was
ogenschijnlijk niets mis mee. Echter
Sjuulke had steeds maar weer ogenschijnlijke vliegangst en/of hoogtevrees. Maar
daar werd iets op gevonden. Ik plaatste Sjuulke regelmatig op mijn schouders en
liep dan met hem buiten rond. Af en toe sprong hij bij uzze Tommy op zijn rug en die
liet dat dan ook graag toe. In de buurt keek dan ook niemand op van deze
komische situatie. Sjuulke was eigenlijk een verheven verwende vogel met eigen personeel.
Later heb
ik eens gehoord of is in mijn geest blijven hangen dat men bij Sjuulke zijn
vleugelpennen had uitgetrokken om kennelijk vliegen door de lucht te voorkomen.
De reden hiervoor weet ik niet meer. Echter nadien zijn de vleugelpennen weer
aangegroeid. Sjuulke had zeker faalangst bij het vliegen ontwikkeld door zijn
onvrijwillige pijnlijke- brute afname van vleugelmateriaal.
Op een gegeven moment heb ik de proef op de som
genomen en Sjuulke voorzichtig in de lucht gegooid. Warempel hij vloog dan een
klein stukje en landde als een veilig vliegtuig. Die kleine stukjes werden
steeds verder en zijn faalangst nam steeds meer af. Een hele tijd later tijdens
zijn vliegoefeningen gooide ik Sjuulke in het veld weer eens ietwat hoger op.
Sjuulke leek hierna aan de horizon te verdwijnen met een forse snelheid en
ontwikkelde vleugel vitesse. Bijna uit het zicht zag ik hem ergens toch nog
ongezien landen in het struikgewas. Onzichtbaar voor onze ogen. We hebben toen
met man en macht naar Sjuulke gezocht maar hij bleef onvindbaar en sssstil.
Dus werden de reddingstroepen ingezet. Tommy die thuis was,
werd erbij gehaald. Of u het nu gelooft of niet. Op het moment nadat Tommy
erbij gehaald was liep deze Linéa recta door de hoge struiken, het gras en
dergelijk plantenspul tot achteraan ergens bij een struikje waar hij ten slotte
halt hield. Ik rende achter Tommy aan. Bij dit struikje zag ik dat Sjuulke zich
op de nagenoeg onderste tak had genesteld en vrolijk en rustig op zijn redding
wachtte en kwetterde. Komisch toch!
Blij dat we herenigd waren zijn we naar huis
gegaan. Sjuulke kreeg nadien nog wel vlieglessen maar dan op het voetbalveld van de kraaien in het Limbrichterveld, daar konden we hem beter zien vliegen en landen.
Zouden honden en parkieten elkaar dan toch begrijpen!
