Translate

donderdag 17 juli 2014

Tommie en Sjuulke

Look alike van uzze Tommie
Dierenredder in nood, nostalgisch en dolkomisch

Een redder in nood hoeft niet altijd een mens te zijn. Dieren doen het al eeuwenlang heel goed in deze scene. Het hoeft dan niet altijd een levensbedreigende situatie te betreffen. Een vermissing hoe komisch dan ook moet toch ook kunnen. Ik heb ik al enige tijd uit nostalgische overwegingen een dergelijk komisch waar gebeurd verhaaltje in mijn bol. Ik zal het vandaag maar eens tastbaar maken op papier.

Wie weet vindt u het ook leuk. 

Ik weet niet meer alle inn’s and out’s maar dat doet er ook niet toe. Dit verhaaltje nestelt zich al 46-48 jaar in latent vorm in mijn brein en kwam bij het bekijken van een fotoalbum weer in alle hevigheid naar boven. Dus vandaag  tijd om deze gedachten neer te pennen en te vertellen op papier.

We hadden vroeger een hondje. Hij heette Tommy en was van een ras waar meerdere onzichtbare bloedlijnen in voorkwamen. Het was daarom ook wel een heel sterk en lief hondje. Een officiële registratie had Tommy dan ook niet. Dit interesseerde mij  allerminst. Tommy maakte al een heel tijd deel uit van ons gezin. Mijn broer en ik hebben Tommy van de dood gered want op een avond wilde de eigenaar hem naar het slachthuis brengen. Het hondje was totaal overbodig geworden! pardon! Het hondje had een touw om zijn nek nota bene, zelfs geen riem of halsband, te duur of bestemd voor een volgend slachtoffer hondje?  Het hondje is tot zijn dood in ons gezin gebleven. Mooi toch!  Dit was in een tijd en in een buurt waar honden nog los liepen en de baasjes niet bang hoefden te zijn dat het diertje door een auto overreden zou kunnen worden. Echter een keer is dit toch gebeurd en werd onze onvoorzichtige Tommy door een auto aan zijn linker bats, lees bil, geraakt. Hij heeft toen een week of zo gestrompeld en was hierna weer beter en zonder mankementen. Maar wel beter op zijn hoede. 

Dierenartsen voor honden en katten en klein gedierte waren er destijds nog niet veel in tegenstelling tot nu. Het dagelijkse leven en nieuws was in deze tijd ongecompliceerd. Behalve dan de grove impact op onze netvliezen van de Vietnam oorlog. In het Limbrichterveld in Sittard waar ook dit verhaaltje zich afspeelde ging alles zijn rustige gangetje en was er voor mij als toenmalig 6-8 jarige niet veel stress te zien of merkbaar. Toen was geluk nog heel gewoon.

Mijn broer en ik sleepten in die tijden van alles mee huiswaarts. We hadden ook nog een volière. Nou dan weet u het wel. Op een gegeven moment kwam weer een nieuwe vriend, Sjuulke genaamd, in ons leven. Meestal moesten andere mensen iets kwijt wat niet helemaal meer voldeed aan de eisen en dan  was het gewoon om kinderen te vragen wil je ‘m hebben. Kinderen vinden van nature al snel iets zielig dus groeide onze dierenkroost af en toe sneller. Pap en mam zullen dit niet altijd prettig gevonden hebben. Maar ja hoe meer zielen hoe meer vreugde zullen we maar zeggen. Ook Sjuulke was welkom.

Terug naar Sjuulke. In de eerste oogopslag was er niets met Sjuulke aan de hand. Sjuulke was een mooie groene levenslustige kwetterende parkiet. Een hebbeding. Mooi in de veren, blauwe neus met een trotse uitstraling. Hetgeen betekent dat hij van het mannelijke geslacht was. Echter Sjuulke kwam zijn kooi niet in en moest daarbij geholpen worden. Sjuulke was als het ware een springende vrolijke parkiet. En niet eentje waarmee je boodschappen aan een ringbandje kon laten bezorgen, zoals in de postduiven business.

Ik heb dit een tijdje aangekeken. Sjuulke was en bleef lief en levenslustig en kirde er vrolijk op los. Vliegen ho maar, een vreemde gewaarwording. Ik inspecteerde wel eens zijn vleugels maar daar was ogenschijnlijk niets mis mee.  Echter Sjuulke had steeds maar weer ogenschijnlijke vliegangst en/of hoogtevrees. Maar daar werd iets op gevonden. Ik plaatste Sjuulke regelmatig op mijn schouders en liep dan met hem buiten rond. Af en toe sprong hij bij uzze Tommy op zijn rug en die liet dat dan ook graag toe. In de buurt keek dan ook niemand op van deze komische situatie. Sjuulke was eigenlijk een verheven verwende vogel met eigen personeel. 

Later heb ik eens gehoord of is in mijn geest blijven hangen dat men bij Sjuulke zijn vleugelpennen had uitgetrokken om kennelijk vliegen door de lucht te voorkomen. De reden hiervoor weet ik niet meer. Echter nadien zijn de vleugelpennen weer aangegroeid. Sjuulke had zeker faalangst bij het vliegen ontwikkeld door zijn onvrijwillige pijnlijke- brute afname van vleugelmateriaal.

Op een gegeven moment heb ik de proef op de som genomen en Sjuulke voorzichtig in de lucht gegooid. Warempel hij vloog dan een klein stukje en landde als een veilig vliegtuig. Die kleine stukjes werden steeds verder en zijn faalangst nam steeds meer af. Een hele tijd later tijdens zijn vliegoefeningen gooide ik Sjuulke in het veld weer eens ietwat hoger op. Sjuulke leek hierna aan de horizon te verdwijnen met een forse snelheid en ontwikkelde vleugel vitesse. Bijna uit het zicht zag ik hem ergens toch nog ongezien landen in het struikgewas. Onzichtbaar voor onze ogen. We hebben toen met man en macht naar Sjuulke gezocht maar hij bleef onvindbaar en sssstil.

Dus werden de reddingstroepen ingezet. Tommy die thuis was, werd erbij gehaald. Of u het nu gelooft of niet. Op het moment nadat Tommy erbij gehaald was liep deze Linéa recta door de hoge struiken, het gras en dergelijk plantenspul tot achteraan ergens bij een struikje waar hij ten slotte halt hield. Ik rende achter Tommy aan. Bij dit struikje zag ik dat Sjuulke zich op de nagenoeg onderste tak had genesteld en vrolijk en rustig op zijn redding wachtte en kwetterde. Komisch toch!

Blij dat we herenigd waren zijn we naar huis gegaan. Sjuulke kreeg nadien nog wel vlieglessen maar dan op het voetbalveld van de kraaien in het Limbrichterveld, daar konden we hem beter zien vliegen en landen. 

Zouden honden en parkieten elkaar dan toch begrijpen!