TiTus
Sinds geruime tijd heb ik een nieuwe amigo. Hij is aan komen
waaien, zoef zoef zoef in mijn richting.
Hij heeft geen onderdak, is een zwevende latente belichaming,
sprakeloos, onzichtbaar maar volhardend als een immense rots in de branding.
Weer dat bruisende geluid van klotsende- en neerketsende strand golven.
Wat doe je dan, als hij plots nietszeggend maar wel een
eeuwig voortdurende innerlijke onmachtige ergernis betekent?
Niets dus, je tolereert hem. Want ooit zal het wel
overwaaien is de 1e positieve gedachte die opkomt.
Titus eet niet, drinkt niet maar werpt met zijn onzichtbare entiteit
een donkere schaduw op je bloedeigen DNA.
Je kunt rennen, vliegen, duiken, shaken, schreeuwen, hoofd
tegen/door de muur, oorwarmers opzetten niets helpt tegen deze querulant. Hij
is na-ijverig en enerverend, zeurderig aan je kop en palmt je volledig in, 365/24/7.
Zijn aanwezigheid boort zich in je, genadeloos en
onbarmhartig, permanent. Vluchten kan
niet meer.
Zo snel of langzaam jij je eigen hebbelijkheid dan ook voortbeweegt, hij blijft bij je.
Net als de schaduw van Lucky Luke, alleen is Lucky Luke een snellere schot dan
zijn eigen schaduw. Titus is altijd dito snel of langzaam,
Dan na lange tijd vruchteloos gevochten te hebben komt de
remedie in de vormgeving van een onontkoombare tolerantie. Titus gaat nooit meer weg. Hij ontregelt deels of verstoort geheel de
(on)zichtbaar energetische- en
cognitieve lichamelijkheid en boort zich als een blindganger midden in jouw
emotie, denken en doen.
Gelijk als een mug die verzot is op een bepaalde bloedgroep.
Geen ontkomen aan voor bepaalde bloedgroepdragers. Titus zaagt aan de voet van je eigenste levensboom en verstoort het dagdagelijkse evenwicht, met duizelingwekkende penetrantie
tot in de kern van ieders lichamelijke- en mentale existentie.
In de Griekse Mythologie het verhaal van Odysseus die vastgebonden aan de mast van zijn schip luistert
naar de Sirenen ca. 480-470 v.Chr. Sirenen zijn halfgodinnen, half gier en half
mens. Ze brengen de zeelui met hun gezang in verleiding om naar hen toe te
varen. Bij de rotsen liggen talrijke scheepswrakken van bemanningen die helaas geluisterd
hebben naar het dodelijke gezang, dus ook schijnbaar onontkoombaar...
Titus ik tolereer je. Echter wanneer ik van je kan
wegvluchten dan laat ik je in de steek, aan je lot over tot ook jij spreekwoordelijk dan, tot as vergaat.
Dan roep ik Titus voor het laatst aan. Ik zeg hey Titus. Hij
repliceert en zegt “Are you talkin to me” net als Taxidriver Travis Bickle in
1976 in de gelijknamige film…..
Ja, zeg ik tegen hem. Then call me by my birthname which is Tinnitus……antwoordt hij, onzichtbaar en
piepend van irritatie in zijn stem,
Ah, heet jij Tinnitus, zo lang ik jou kan horen, existeer ik tenminste
nog….en jij ook,
