Vanochtend lekker vroeg op, ontbijten in de tuin met mijn
lief. Rondom 09.30 uur op de fiets voor een lekkere nog koele tocht in de
buurt. Via mooie wegen en paden, langs beekjes en bosgebieden, beschut tegen de
opkomende zon. Zomaar een willekeurig fietsparcours.
Dan volgt het
noodlot. Met een enorme knal ontploft mijn achterband. Vreemd, er ligt een extra
beschermlaag in met een nog nieuwe binnenband. Dat had niet mogen gebeuren. We
zijn 10 kilometer van huis. De band is niet te maken dus loop ik naar huis. Naar
huis racen om de auto te gaan halen om mij en de krakkemikkige fiets naar huis
te transporteren wijs ik pertinent af. Ik zeg tegen haar van, kijk het is hier mooi en
prachtig. Ik wandel graag, dus loop ik naar huis. Zij vergezelt mij nog een paar
kilometer en fietst dan naar huis met de belofte om een mooie dis te maken. Ik
verwent? jazeker. Zou mijn gewicht debet zijn aan de kapotte band? Tja, wie zal
het zeggen!
Echter tijdens mijn lange tocht met de verkeerde
schoenslippers aan, loop ik al filosoferend door de omgeving. De zon brandt
hevig in mijn nek. Ik voel opeens een zonnesteek of een fata Morgane in a
nutshell opkomen. Krijg ik waanbeelden? Ja dus.
Lang geleden als ik op pad ben in de vrije natuur langs
mooie ongerepte streken zoals die in Scandinaviƫ, kom ik haar tegen. Ze heeft
kastanje- tot tomaten-blond haar. Haar spier korset verraadt een lenige- maar
powerful gracieuze verschijning. Haar wulpse malse rondingen worden niet
overdadig bedekt met een teveel aan kleding. Zij draagt net genoeg om niet
ordinair te ogen maar wel een opmaat om fantasievol alle vrouwelijke vormen in
te kleuren. Haar borsten hadden van mij wel bedekt mogen blijven behalve dan een kleine inkijk.
Haar gelaats- en lichaamskleuren tonen een roomwitte huid
die niet tegen de felle zon bestendig is. Van dit type kreeft dames loopt heel
Engeland en Ierland over. Het contrast
van haar huid met haar weelderige haardos zorgt voor een aanschouwelijk
bewegend plaatje dat niet te vangen is voor de camera.
Dan haar ogen. Ik verwacht eigenlijk felgroene- of blauwe
krachtige kijkers. Wanneer ik in haar ogen kijk zwijmel ik bijkans ver weg, opgezogen
in het oneindige heelal, zo lijkt het te zijn. Het eentonige kleurenpalet rondom haar
iris is donkerbruin tot sepia met een liefdevolle vredige (ogen)blik. Er zit een schim rondom haar iris. Wat zou dit kunnen zijn?
Zij heeft net gegeten. Op haar lippen en mondhoeken houden
zich een aantal kruimels en restjes vast. Onder haar pittoreske neus wordt haar
fraaie roze glimmende tong zichtbaar wanneer zij daarmee ongegeneerd de
etensresten van haar mondhoeken wegpoetst. Deze dame zou normaliter niet het
achterste van haar tong laten zien aan niemand. In elk geval niet aan een vreemde
zoals ik hier en nu tegenover haar. Zij maakt enkele vreemde geluidjes die ik
op dat moment niet kan plaatsen.
Ik zie verder dat zij en ik niet hetzelfde DNA bezitten. Ik
prent haar DNA goed in. Wij zouden wel goede vrienden kunnen worden maar beslist
nooit meer dan dat. Haar cultuur en achtergrond is te divers van die van mij.
Zij is beschermd opgevoed en heeft nooit vrijelijk rond mogen lopen. Altijd is
er het thuisfront dat zich opdringt aan haar als monotone oppasser met harde
hand. Er is maar een land waar zij zich vrij zou kunnen bewegen. Dit land is
echter te ver weg. Noodgedwongen zal zij hier moeten blijven, haar kroost baren
en levenslang een onzichtbare ketting om haar hals blijven dragen.
Ik leg mijn hand op haar gezicht en voel de warmte. Dan neem
ik bevangen afscheid en hoop dat alles goed zal komen in haar verdere werkzame
leven. Dat is echter en ijdele hoop of utopie, ook dat weet ik. Mijn cirkel van
invloed is hier symbolisch 0. Ik zal het verschil niet kunnen maken. Ook dat is
DNA bepaald.
Op mijn verdere tocht loop ik richting zee. Het is een dag
zo warm als +30 Celsius. Ik heb het warm en ga snel afkoelen in zee. Dat duurt
deze keer lang want het blijft warm op mijn huid. Na lange tijd kom ik uit het
water en de zee druppels parelen van mijn lijf. Ik ga zonnen op het strand. Er
liggen veel mensen. Onder parasols en zo. Ik laat me opdrogen en kijk dan eens
om mij heen.
Naast mij onder een afdak ligt een bruine schone met mooie
lichamelijke welvingen en rondingen die er toe doen, te zonnen. Zij heeft zich
helemaal ingewreven met olie en bakt behoorlijk. Zij laat zich een aantal keren
omdraaien en zo krijg ik vrijelijk uitzicht op haar prachtige lichaam dat door
de olie, zon en baktemperatuur steeds krokanter lijkt te worden. Zij ruikt lekker.
Haar haardos lijkt te zijn verdwenen. Ze ligt te midden van een
groen-oranje-rode kleurenprachtige deken welk haar goddelijke lichaam extra
accentueert, onder spetterende- of sissende geluiden.
Dan gebeurt er iets met me. Mijn mond wordt droog en ik
krijg honger. Toevallig of niet ik ken haar, het is die beeldige schone van
toen waarvan ik het DNA in mijn gedachten heb gememoreerd. Zij heeft de reis
naar het verre India niet gemaakt. Daar had zij pas van de vrijheid en respect
van mensen kunnen genieten. In plaats daarvan ligt ze hier en nu op het strand
direct naast mij, een paar meter verderop. Ik ga naar haar toe om contact met
haar te maken.
Dan wordt haar hele lichaam sierlijk door de krachtige
bediende omgedraaid. Ik wil iets zeggen maar deze bediende is sneller dan mij en
stelt mij de prangende vraag; Zeg het maar, wil je groenten en friet bij deze
Hamburger?
Op datzelfde moment ontwaak ik uit mijn droom en sta ik voor
mijn eigen voordeur thuis met mijn kapotte fiets aan de hand. Mijn linker slipper
heeft de barre tocht op de hete macadam niet overleefd.
Ik vraag mij nu af, wie is hier de Beauty en wie is the
Beast?
