Daar loopt hij op 6 poten op een gigantische ronde
houten ondergrond. Stevig boven de aarde uittorenend op pijlers zo hoog als
zijn ogen maar kunnen reiken. Hij of zij is een werkmier. Het hout en de
pijlers vertegenwoordigen een solide mensentafel.
Daar bovenop staat een
porseleinen schotel zo groot als de halve wereld waarop een snee brood zo groot
als een voetbalveld ligt te wachten op mijn verorbering.
De snee brood is volgestort met chocolade boomstammen,
hagelslag. Dit alles is immens en adembenemend vanuit het perspectief van deze
petieterige mier.
Dan zie ik hem lopen op de tuintafel. Hij loopt kriskras op
zoek naar iets. Zijn reukorgaan, daar is niets mis mee. Zijn antennes zijn
volop geprojecteerd op voedsel vergaring. Angst is niet in zijn DNA
geprojecteerd. 8 poten hiermee wordt zijn prille torso op indrukwekkende wijze
verplaatst als een ware Spiderman die over daken, gebouwen en flats springt, kruipt
en vliegt.
Zo ook verovert deze Mighty Ant, mijn tafel. Dan dendert er
een chocolade boomstam naast hem neer. In massa een veelvoud van zijn lengte en
gewicht. Geen deuk in het houtwerk want de consistentie van hout en chocolade
zijn in geen enkele verhouding met elkaar qua impact of soortelijk gewicht. Het
kriskras lopen gebeurt niet zomaar.
Systematisch analyseert deze mier dit
onbekende terrein op voedseljacht.
Dan brengt zijn systematiek hem bij de chocolade boomstam.
In een beet uit mijn brood eet ik gigantische hoeveelheden hiervan op en spoel
ik deze weg met koffie voor mannen. Zwart en zonder toevoegingen van zoetheid
of andersoortige romigheid. Zonder lepel, puur.
Dan volg ik de miezerig krachtpatser. Hij loopt naar de
boomstam. Tilt hem moeiteloos op met zijn voorste 2 poten en draagt de stam
minutenlang onvermoeid rond op de tafel. Hij is geslaagd in de dagelijkse
missie van voedsel vergaring. Alleen de infra structuur speelt hem hier en nu
parten.
De tafel wordt bijna een altaar. Ik verlies hem uit het oog want hij
kruipt systematisch verder over de tafel zonder pauze of onderbreking.
Ik lees verder in mijn krantenpagina, eet het voetbalveld
brood op en spoel dit weg met de vloeibare zwarte melange. Het is zondagmorgen.
Het is lekker weer, een beetje benauwd maar wel aangenaam.
Nadat ik weer terug kom aan tafel met mijn volgende kop
zwarte melange is de chocolade boomstam verdwenen van tafel. De mier is ook
foetsie. Dan zie ik de boomstam op de vloer van mijn terras liggen. De mier
kruipt via de enorme tafelpoten omlaag en beneden gearriveerd gaat hij door met
slepen aan de boom stam.
Weer moeiteloos. Dan zie ik hem en zijn vracht uit
mijn zicht verdwijnen. Hij is op weg naar huis naar zijn soortgenoten. Geen
hebzucht maar overleven. Hij pakt alleen mee wat hij kan dragen. Niets meer.
Ik denk niet dat hij thuis ook maar een bedankje krijgt. Dat
behoort hij gewoon te doen, het is zijn werk. Ook dat is kennelijk
geprogrammeerd in zijn DNA onder zijn chitine pantser.
In verhouding is deze mier, de lichtste en sterkste
krachtpatser maar ook de meest onbaatzuchtigste, die ik ken. Ook hij zal
oorlogen met vijanden uitvechten om te overleven, ook zal hij wreed kunnen zijn
indien nodig.
Maar na de overwinning -zonder dans- gaan mieren weer over tot de orde en de
waan van de dag om te overleven.
Dit in tegenstelling tot ons mensen, toch!
