Giant het woord alleen al
staat synchroon met gestaalde perfectie, uithoudingsvermogen, niet aflatende
vriendendienst en brenger van voorspoed en elan. Dat is mijn gedachte tot
gistermorgen. ik zal jullie deelgenoot maken van de aftakeling van titan.
Aldus, na mijn ontbijt
pak ik mijn stalen maatje waarmee ik al vele kilometers in eensgezindheid en
volledige symbiose heb afgelegd bij zijn horens, pardon ik bedoel stuur, vast.
Ik moet mijn afstand tot mijn werkplek overbruggen en dat doe ik graag op mijn
Giant fiets. Samen draaien we worst – pardon - de kilometers er doorheen tot ik
normaliter op mijn werkplek arriveer. Meestal gaat dat voortreffelijk door weer
en wind en in de pratsj, lees modder.
De moddersporen blijven
meestal als een statement achter op de metalen onderdelen en zo. Maar, deze
morgen lijkt het alsof mijn Giant ziek is, grieperig. De lucht is uit zijn
longen, lees uit een van zijn banden. Ik gun mijn Giant fiets een rustpauze. Ik
zal Giant vanaf deze zinsnede liefdevol bij zijn koosnaampje Titan, benoemen.
Hij staat op zijn banden
te wachten. Een is halverwege lek. Panne, noemen ze dit in de wielrennerij. Met
mijn pomp reanimeer ik de zieltogende longen - band. Ik pomp en het herleven
begint voor Titan. Hij staat als het ware te trappelen op dat ik hem uit de
garage wegvoer. In stilte genietend. Om de sfeer iets bij te werken ontsteek ik
de lumieres, voor wit-licht en van achteren rood-licht via de LED applicaties
op stuur en zadelstang. Sereen licht, opwekkend en volledig zichtbaar. Dat is
de oplichtende trant. Sterk als vanouds beginnen Titan en ik als een vertrouwd tweespan
aan de duurzame rit met de wind en regen volop tegen. Ik ben niets anders
gewend en Titan maakt het niets uit zolang ik pedaleer. Hij praat nooit tegen
mij. Het zij zo. Af en toe kraakt Titan onder het pedalerende geweld van mijn
hamstrings. So be it. Buigen of barsten of de seizoenen met volle borst
trotseren. Meer ons gezamenlijke ding!
Na een halve rit te
hebben afgelegd komt het griepvirus of astma dan wel uitputting bij Titan naar
boven als een ontploffende niets ontzielende vulkaan. Ik kijk en zie dat Titan
leeg loopt. Jammer. Hij kermt niet maar hij is uitgeput, kapot en op. Ik stop
want ik wil mijn maatje Titan niet naar de .loten helpen. Zijn longen werken
niet mee. Titan doet spreekwoordelijk mee aan het menselijke spelletje van
weemoed en ziekte.
Titan moet warm blijven.
Dus beweeg ik samen met hem. Ik loop naast hem. Zijn ingetogen ziel is het eind
van het Latijn nabij. Hulp is nodig. Niemand in de buurt die helpt of een
helpende hand uitsteekt. Niemand vraagt hoe het met Titan is. Titan en ik zijn
alleen op de wereld, zo lijkt het te zijn.
Titan vriend ik laat je
niet alleen en ik zal voor je zorgen. Ik ren 6 kilometer met titan die geen
krimp meer geeft hij lijkt in een fiets coma te verkeren. Het asfalt onder mijn
voeten en onder de rubberbanden van Titan passeren onze schreden en wielomwentelingen.
Ik heb ook pijntjes en last door het rennen. Mijn knieën en ook in mijn longen,
want ik ben op dit moment niet de meest fitte diender. Ik ben te zwaar bepakt,
heb verkeerde schoenen aan en de weg is lang en hard. Het asfalt en de
geplaveide stenen wentel ik steeds sneller af.
Mijn longen houden
gelijke tred met mijn rasse schreden over de gepolijste wegen. Met de wind
steevast tegen ondergaan Titan en ik de beproevingen van deze regenachtige
kille kouwe ochtend.
Als team komen we
uiteraard sterker uit deze ochtend misère, want we zijn er voor elkaar voor de
volle 100 %. Uiteindelijk komt het bureau in zicht. Ik gebruik mijn keycard en
Heaven's gate opent zich. Titan en ik zoeken de warmte op. De longen-band van Titan
staat levenloos en leeg erbij.
Maatje ik zal je helpen
waar nodig. Meteen, nog voordat ik iets anders ga doen inspecteer ik Titan op
zijn wonden en/of letsel. Ik ontkleed zijn longen-band en zie dat in de kleine
long-band-blaasjes een groot gat is getrokken. Titan's levensadem is door dit
onvoorziene gat verloren gegaan en heeft zijn kracht geminimaliseerd. arme
sloeber.
Ik pas resoluut
reanimatie toe en speur naar zijn verwondingen met een handpomp. Met
bijbehorende solutie dicht ik zijn diepe wond en met een lichaamseigen rubber
verband zorg ik dat mijn vriend Titan op adem kan komen in zijn ziekenboeg in
de warmte, luwte en beschut.
Titan herstelt
wonderbaarlijk snel. Ik doe hem zijn rubberen jas aan en hij is als herboren. Ik
ben bezweet en de druppels parelen van mijn gezicht op de grond en laten
donkere plekken na in het beton van de garage waar ik op dat moment vertoef aan
de zijde van titan.
Ik hoor een collega nog
zeggen van; Han weet je wat ze met het zweet van politieagenten doen? Geen idee
antwoord ik. Ze maken er slaappillen van! Want dit komt niet vaak voor dat
politieagenten zweten. Als ik mijn windjack uittrek merk ik pas dat mijn hele
lijf en leden en kleding doordrenkt zijn van parelend zweet. Een politieman kan
dus toch zweten! denk ik dan maar. Zal ik mijn zweet dan maar aan de slaappillenfabriek
doneren?
Even later komt ik tot
het besef dat ik tijdens mijn galopperende run met Titan aan mijn hand mijn
diensttelefoon verloren ben in een onopgemerkt moment. Mijn diensttelefoon is
mijn extern geheugen. Ik kan moeilijk zonder. Nu begin ik echt te zweten. Mijn
poriën stuwen steeds meer angsten in de vorm van transparante klodders
zweetparels door mijn huid omhoog. Paniek, nee zover is het nog niet. ik bel
mijn eigen nummer omdat ik denk dat in mijn directe nabijheid mijn telefoondeuntjes
uit de catacomben van het bureau zullen weerklinken. Niet dus. Ik krijg aan de
andere lijn contact met een DAVEY P. Ik ben in het bureau dus ik denk dat een
collega mijn telefoon gevonden heeft. Niet dus. DAVEY is een burger met het
hart op de juiste plek zal even later blijken.
DAVEY´S schoonmoeder
heeft mijn telefoon gevonden op het fietspad op de door mij afgelegde route
naar het bureau. Ik meld DAVEY dat ik van de politie ben en graag mijn telefoon
wil komen afhalen. Dat wil DAVEY niet. Hij komt de telefoon brengen. Even later
omstreeks 10.00 uur komt DAVEY aan het bureau met mijn telefoon. DAVEY deelt
mede dat adhv de berichtgevingen op de telefoon dit er een moet zijn bestemd
voor militairen of politie.
DAVEY heeft nog
geprobeerd om dmv ICE, kan iedereen programmeren op de telefoon om de verliezer
- ik dus - te informeren. ICE kan benaderd worden bij onwel wording of verlies
voor de familie en nabestaanden. Ik heb ervan gehoord maar nog niet
geïnstalleerd. NU WEL DUS, achteraf.
Ik wil DAVEY bedanken
voor zijn interventie en menselijkheid. Dat wil hij pertinent niet. MMD = MOOI
MENS DAVEY. Ik bedank DAVEY en in de regen alweer verlaat hij het
politiebureau.
De human touch, het
mooiste wat er bestaat.
