![]() |
| links zoon Alfie. Rechts vader Tommie |
Ik woonde pas in een oude boerderij met mijn nieuwbakken
eega in een klein idyllisch dorpje in de parel van zuid Limburg, waar wij graag
erop uit trokken om er te wandelen. Dat heeft mijn eega mij als het ware
aangeleerd en tot op de dag van vandaag is het een natuurlijk ritme, waar wij beiden
niet meer buiten kunnen.
Dus werd er een hondje Tommy, aangeschaft. De hondenmode in die tijd (omstreeks 1978) was cocker spaniël. Dus volgden we de mode met uiteraard geen verstand van honden. Het cockertje werd gekocht op een malafide adres ergens in Brabant. Met onze keuze hebben we destijds veel geluk gehad.
Dus werd er een hondje Tommy, aangeschaft. De hondenmode in die tijd (omstreeks 1978) was cocker spaniël. Dus volgden we de mode met uiteraard geen verstand van honden. Het cockertje werd gekocht op een malafide adres ergens in Brabant. Met onze keuze hebben we destijds veel geluk gehad.
Thuisgekomen bleek hij een echte “bletsj-beer” te zijn. Wel heel
lief maar niet graag alleen en hij uitte dit misnoegen steeds destructiever. De
vloerbedekking en tal van meubels hebben dit aan den lijve ondervonden door deze
hooligan destroyer activiteiten. Uiteindelijk na het wisselen van de tandjes
ging zijn gedrag steeds beter! De cocker spaniël bleek wel van de uiterst
eigenwijze Engelse soort.
Vaker in gedachten een zogenaamde achter het behang plak soort! Hij was uitermate lief,
beweeglijk, sportief en onvermoeibaar. Dagelijks volgden dan ook urenlange
wandelpartijen met hem aan de lijn en uiteindelijk onder toezicht, los. Zeg
maar dat toen hij de zin des levens ontdekte en het niet meer nodig vond om
overal op te reageren en achteraan te rennen.
Hij bleef altijd goed geconditioneerd. Ook qua eetlust een
alles etende Jiskefet, lees afvalbak. Een keer heeft Tommy een hele vlaai van
de tafel had gegrist en in alle stilte opgepeuzeld. Dat deed hem niks.
Doktersbezoeken vielen ook mee en wat dat betreft was hij genetisch bepaald,
geen zwak hondje. Terwijl de jaren aan hem voorbij gingen werd ook hij op ijn beurt, ouder en gezapiger.
Op een gegeven moment waggelde hij meer dan dat hij liep
tijdens zijn ochtend routine wandeling. Opeens luisterde hij niet meer. Je kon op hem
roepen maar hij reageerde totaal niet. Hij ging onverstoord verder met zijn
eigen ding; snuffelen, fervent terreinen afbakenen en zo wat honden met hun
neus en piespaaltje plachten te doen. Je moest hem telkens weer van zijn
snuffelplek weghalen door hem de riem om zijn hals te doen en weg
te voeren. Vervelend, maar het was niet anders. Vooral als het regende en de
regen hem niet deerde, was dat wel eens lastig nat pak!
Uiteindelijk hebben we maar geaccepteerd dat hij
zijn eigen ding deed en niet meer reageerde op aanroepen, het was immers niet
anders. Er was in die tijd immers geen dog whisperer.
Op een ochtend miste ik Tommy. Ik zette koffie en ging op
zoek naar hem. Hij lag in de woonkamer onverstoorbaar als het ware opgebaard op het
vloerkleed. Hij reageerde op niets.
Tommy was toen al ongeveer 12-13 jaar oud en nog maar een
halte van –zeg maar- de Walhalla dierenhemel verwijderd. Ik schrok want ik
dacht dat hij dood was. Ik keek nog eens en zag toen gelukkig dat hij wel
ademde en dat zijn wollige borstkas ritmisch op en neer bewoog. Maar wel nog
steeds in een diepe fase als die van coma begeleid door zijn gesnurk.
Vreemd. Ik liep naar hem toe. Onder de trillingen van mijn
voetstappen op de plavuizen vloer, ontwaakte hij gelukkig. Wat bleek uiteindelijk? Tommy was stok- en
stokdoof geworden en de staar aan zijn ogen werd ook steeds heftiger.
Hij schravelde langzaam en heel blijmoedig op en ik kreeg
als vanouds mijn ochtend begroeting. Dat was altijd een dolkomisch leuk
tafereel. Want hij kwispelde met zijn staart, bewoog en schudde met zijn hele
lijf, kneep met zijn ogen en het leukste daarbij was dat hij daarbij “lachte”. Tommie kon zijn bovenlippen omhoog bewegen en kreeg dan een soort van clownesk vrolijk gezicht.
Wanneer je je een jong hondje aanschaft dan denk je daar niet aan.
Dan is het een leuke puppy, eentje die nooit ziek en oud wordt en waarmee
alleen maar leuke dingen te beleven zijn. Helaas is de werkelijkheid anders en
veel korter dan je graag zou willen.
Achteraf denk ik dat honden en katten het allebei in zich
hebben om mensen af te richten. Honden in huiselijke kring dwingen namelijk met
de ogen en theatraal sociaal gedrag. Ze laten hun “baasje” precies merken wat
ze van hem of haar verwachten. De beloning voor het baasje is dat ze hun hondje
mogen uitlaten en dat men door deze cohesie allebei in topconditie komt te
verkeren is leuk meegenomen.


