Een mooie fietstocht tussen #Schalbruch en #Waldfeucht.
Een aangename temperatuur, een vriendelijke wind en rustige weggetjes die zich als linten door het landschap slingeren. Samen met Carolina Tmmrs geniet ik van de weidsheid van de velden.
In de verte doemen rode lichtjes op. Deels verscholen tussen wiegende korenaren, deels afgetekend tegen de horizon waar torenhoge windturbines het landschap bewaken. Hun wieken staan vandaag stil.
Bewaking voor Rusland van die rode lichtjes?
Fantasie heb ik wel een beetje.
Het goud van de rijpe korenaren en het groen van hun verdere familie sluiten de rijen keurig in gelid rondom de rode stippen.
Dichterbij gekomen blijken de rode lichtjes felrode klaprozen te zijn. Poppy's. De bloemen die wereldwijd symbool staan voor de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog.
Op de plek waar wij vandaag rond het middaguur rustig fietsen, was het ruim tachtig jaar geleden allesbehalve vredig. Hier sloegen bommen en granaten in. Hier trokken soldaten voorbij, vaak nog veel te jong om werkelijk te begrijpen in welke oorlog zij terechtgekomen waren. Jongens die volgens marsorders heen en weer werden gestuurd door machthebbers die de wereldorde, en misschien ook wel de pikorde, wilden herstellen.
"Op de terugweg ga ik hier ook schieten," zeg ik tegen Carla met een knipoog.
Wanneer wij vanuit Waldfeucht terugkeren over dezelfde weg, inmiddels bergop en met de wind meer tegen dan mee, stoppen we bij een meesterlijk kleurenpalet. Het goud van het graan. Het groen van de akkers. Het vurige rood van honderden klaprozen die als ballerina's meebewegen op het ritme van de zomerwind.
De vriendelijkste rode ogen die ik ooit heb gezien.
Ik schiet een aantal foto's met mijn telefoon.
Misschien wel de mooiste klaproosfoto die ik ooit heb gemaakt.
Deze keer heb ik mijn doel geraakt zonder iemand leed toe te voegen.
Tachtig jaar geleden was dat hier anders.
Helaas lijkt de menselijke drang naar macht, invloed en rangorde de oorlogen altijd te overleven. De uniformen veranderen, de vlaggen wisselen, de bondgenootschappen verschuiven, maar ergens blijft de oude pikorde bestaan. En telkens weer zijn er volgers die bereid zijn haar te dienen.
De klaprozen trekken zich daar niets van aan.
Zij bloeien waar ooit werd gevochten.
En herinneren ons eraan hoe kostbaar vrede eigenlijk is.
