Translate

donderdag 15 mei 2014

Kastelen en hebzucht

Ik las een tijdje geleden dat de kasteelheer van het Sibberhuuske (Valkenburg) was overleden. Deze zakenman had na zijn pensionering niet zijn veren laten hangen. Hij renoveerde het Sibberhuuske, een kasteelboerderij. Ipv dat hij de muren met een grote poort afsloot, gingen deze wagenwijd open voor de gemeenschap. Harmonieën, scholen, toneelgroepen hadden er toegang. Verder richtte hij een stichting voor kinderhulp op. Ook hulpprojecten in Afrika werden ondersteund door deze kasteelheer, dhr Bennen. Hij meed de golfbaan maar zijn bereikte doelen (arm om de schouder) voor de medemens, zullen niet vergeten worden.

Een schril contrast in ieder geval met het volgende gepasseerde kasteel tijdens een van mijn wandeltochten. Ergens in een Dal in Wallonië, vlak over de grens nabij Plombières ligt een super mooi kasteel in het landschap ingelijfd. Je zou bijna gaan denken een geheel met de flatteuze sereniteit der natuur. Namelijk het kasteel is prachtig gesitueerd en opgeknapt met heel veel gemeenschapsgeld. Wellicht uit fondsen van de Europese Unie of uit nog meer andere putten.

Het kasteel prijkt trots als een pauw en wordt omgeven met een mooie gracht vol met water. In tegenstelling tot veel drooggevallen grachten, waar dan ook. Verder een mooie stenen loopbrug en een subliem poortgebouw. Ik denk dat de poort hier altijd gesloten wordt gehouden door de paar inwoners die daar legaal mogen toeven, permanent wonen dus. Aan alles in en rondom dit kasteel werd gedacht en verbouwd. De torentjes aan de binnenplaats, een heuse kapel, een poortgebouw met brug over de slotgracht. De muren zijn er minimaal 2 meter dik. Op de vier torenhoeken zijn uitkijktorentjes en er is bovendien een klokkentoren (alarm of zo voor de hongerige vijand buiten de kantelen?) in de spits. 

Het kasteel zou volgens legendes stammen uit de tijd van Karel de Grote. Echter dit is een legende (broodje aap verhaal wellicht om nu veel geld te vragen uit hebzucht voor een verbouwing, n’est ce pas) waarna de bouw vermoedelijk ergens in de 13e eeuw werd gestart.

De weg die langs dit kasteel loopt is pas opnieuw geasfalteerd. Het lijkt wel of men door de Europese fondsen geld heeft overgehouden en de hele directe buurt tot en met de wijde omgeving heeft opgekalefaterd tot een heuse extravagantie in een perfect mooie infra- en omliggende boscultuur. De wijde omtrek ademt dan ook een en al rust en natuur uit. Voorbehouden aan enkelingen.

Uiteraard staat ook bij de oprit naar het kasteel Beusdael een grote tweedelige geopende ijzeren poort. De hengsels hangen geklonken in twee trotse grote stenen pilaren. Deze lijken zo sterk te zijn dat je er met een tank of dergelijk voertuig tegenaan zou kunnen rijden zonder dat dit een millimeter toegeeft aan eventuele aangewende buitenproportionele krachten! In ieder geval zo sterk lijkt dit te zijn.

Echter een meter of zo op dit pad gelopen volgt een schriftelijke annonce verankerd in een glazen stulp afgezet met smeedijzeren sierlijke randen en een lamp om nachtelijke geïnteresseerden te waarschuwen en te weren. Althans een dergelijk gevoel bekroop mij. Oh ja de teksten zijn in het Frans opgesteld maar ook in het Nederlands. Misschien omdat wij Nederlanders ietwat onderzoekender van aard, in tegenstelling tot de plaatselijke bewoners.

Ik verwonder mij dan ook ten zeerste over de annonce. Kasteel Beusdael is in 1976 tot monument verklaard en gerestaureerd in 1980 met hulp van de provincie Luik in Plombières en het Franse ministerie van cultuur.

De slotzin is in mijn ogen een trieste weergave van hebzucht. Namelijk en ik citeer: "Het kasteel is in privé bezit. Teneinde de rust van de bewoners te verzekeren, verzoeken wij u vriendelijk zich niet voorbij dit hek te begeven. Dank voor uw medewerking".

In Nederland zou het bordje 461SR, verboden toegang,  geplaatst zijn.


Met de vele kloosters en nu ook kastelen bekruipt mij altijd weer een gevoel van, waarom zijn deze muren zo hoog en zo sterk. Is dat om de vijanden buiten te houden of om de hebzucht en eigendommen ongeschonden te laten en veilig te stellen?

Veel mensen uit vroegere tijden, werkslaven of lijfeigenen hebben bloed, zweet en tranen in hun werkbaar leven gegeven. Onder het wakend oog van een opzichter in zijn volle intimiderende glorie -al dan niet voorzien van een opzwepend marteltuig- om gratis en voor niets noeste arbeid te verrichten. In die tijd was er geen AOW en geen vangnet dus werd men er niet oud, behalve de rijke notabelen.

Wie het grote niet waardeert is het kleine niet weert, of was het andersom?

U mag het zeggen!