Translate

maandag 25 mei 2026

Hugo Boss

Hugo Boss

Hu is ho go is gaan. Boss is baas.

Zomaar een paar omwentelingen in mijn hoofd die uiteindelijk leiden naar een verhaal over een viervoetige, melkchocoladekleurige prins die ergens het midden houdt tussen Assepoester, een boswachter in opleiding en iemand die zich inmiddels met overtuiging gedraagt alsof hij eigenaar is van alles wat groeit, bloeit en nat wordt binnen een straal van enkele kilometers.

Hugo is namelijk niet begonnen als een succesverhaal. Niet geboren op een zacht kussen naast een warm fornuis waar liefde vanzelfsprekend was en het leven zich vriendelijk ontvouwde, maar ergens in een ver land aan de randen van Europa, waar het lot soms minder royaal strooit met kansen en waar achterstand zonder overleg wordt uitgedeeld aan hen die zich daar onmogelijk tegen kunnen verweren.

Achtergesteld geboren tegen wil en dank. Klein. Afhankelijk.

En zoals wel vaker gebeurt in het leven werd hij niet gered door grote woorden, ingewikkelde systemen of eindeloze vergaderingen, maar simpelweg doordat een paar lieve ogen hem zagen voor wat hij was en vingers op een toetsenbord besloten dat ook dit mooie wezen bestaansrecht had.

Dan komt er ineens beweging in een leven. Een jawoord. Een besluit. Een nieuwe wereld.

Waar hij eerst achteraan liep in de hondenmaatschappij zit hij inmiddels stevig op de troon. In India zouden ze wellicht zeggen dat hij een betere kaste heeft getroffen. In zijn geval betekent dat vooral een warm huis, mensen die hem liefhebben en een indrukwekkende ontwikkeling in de discipline "strategisch kijken alsof hij al drie dagen geen eten heeft gehad".

In het begin leefde hij voorzichtig. Ietwat teruggetrokken. Alsof hij eerst wilde onderzoeken of het geluk werkelijk van plan was om te blijven.

Maar geduld is een bijzondere eigenschap. Geduld wint vaker van haast.

Langzaam verdwenen de scherpe randjes van onzekerheid en kwamen daar andere zaken voor terug. Rust. Trots. Zelfvertrouwen.

En ergens onderweg ontstond ook iets wat nog het meeste lijkt op natuurlijke autoriteit.

Hugo werd pointman van zijn roedel. Verkenner. Gids. Manager buitendienst.

Controleur van bospaadjes, grasvelden, waterstromen en alles wat toevallig beweegt, vliegt, kruipt of volgens hem aanvullende inspectie nodig heeft.

Zo ook vanochtend.

Wij Carla en Han fietsen door het bos terwijl de wereld zich van haar betere kant laat zien, zuurstof rijkelijk wordt uitgedeeld en mensen, vogels en honden ogenschijnlijk hetzelfde doel hebben gevonden; simpelweg genieten van wat er al is.

Dan zien wij hem. Een bruin bewegend silhouet. Met daarachter een lange lijn.

En aan het andere uiteinde zijn trouwe hoedsters. Een volwaardige roedel van drie.

Meer hoeft het leven soms niet te zijn. Geen haast. Geen grote plannen. Gewoon samen onderweg.

Hugo heeft inmiddels een waterrijke missie achter de rug en staat geduldig te wachten terwijl druppels langzaam van zijn melkchocoladekleurige jas afdalen alsof hij zojuist persoonlijk een overstroming heeft bestreden die alleen hij kon oplossen.

Dan volgt het moment. De blik. Het stille signaal.

Genoeg gepraat mensen. De vergadering is gesloten. Er is werk aan de winkel. Er moet gewandeld worden.

Er moeten geuren worden beoordeeld alsof het geheime dossiers betreft. Er moeten boszaken worden afgehandeld.

Want Hugo mag dan ooit klein zijn begonnen. Tegenwoordig regeert hij. Vriendelijk. Bescheiden. Maar onmiskenbaar.

Hugo is tenslotte...

de Boss.