Translate

zondag 4 juli 2021

Blij, blij, blij

 

Blij blij blij, vorige week maar ook vandaag


Vorige week dinsdag is het zeer warm, ongeveer 26 graden Celsius tikt de temperatuur aan. Van koel winterweer een zeer korte omslag naar midden zomer, zou je denken. Ik ga voor korte tijd naar ons buitenterras. Zonnestralen doorklieven laserstraalachtig en genadeloos het aardse karpet.


Er vliegt van alles door de lucht, mezen, mussen, ontelbare soorten insecten en last but not least, bosduiven. Bosduiven zijn een verhaal apart. Ze zijn dom en laten zich geregeld vangen en oppeuzelen door het gilde van roofvogels die als een dief in de nacht komen aanvliegen als een Stelth bommenwerper, stil, onzichtbaar en genadeloos voor de willekeurige prooien. De day after vind je her en der in je huiseigen Botanica plukken grijze veren als stille stomgeslagen getuigen… 


Naar mijn idee zijn mét name bosduiven een meer dan kwante vogelsoort. Ze bewegen hun nek als rubbere Robbie of een beter voorbeeld is wellicht als lookalike van Michael Jackson in extase op zijn podium in Neverland. 


Daar waar mussen en merels (blackbirds) doeltreffend en architectonisch hun vestingen bouwen op beschutte plekken met verstevingen rondom, daar is de bosduif een richtige amateur met een Olympische gedachte. Hij probeert jaar opnieuw zijn nest te bouwen op een uitstekende ante onder mijn dak zonder versteviging. Dagdagelijks ruim ik zijn bouwmateriaal in de zin van ontelbare takjes en twijgen op omdat de basis van bouwtechniek eenvoudigweg ontbreekt in het duiven DNA.


Maar enfin deze duivensoort is een soort van vólhouders en uiteindelijk Lukt het op miraculeuze wijze -met hulp van bovenaf, zou je denken- om een nest te bouwen en kroost voort te brengen.


Ieder jaar lach ik weer opnieuw over hun bouw- en bedrijfs-vliegkunsten. Niet recht in hun gezicht maar met ingehouden adem.


Zïttende op het terras begint het gekrakeel en tumult weer met volle inzet en élan met een takken- en twijgjesregen als eerste aanzet op mijn terras. Kennelijk heeft één duif dit in zijn of haar smiezen gekregen dat ik dit dolkomisch vind.


Op een gegeven moment hoor ik het vleugelklappen recht boven me. De zon schijnt nog steeds en richt haar zonnestralen binnen mijn actie radius. Dan begin het plots te regenen, denk ik!

Ik voel nattigheid op mij. Regen? Nee dus.


Ik kijk en zie op mijn bovenarm en op mijn been dat 2 bommenflaters zijn losgelaten die hun doel niet hebben gemist. Word ik toch nog bestraft voor mijn roekeloze gedachten en big smile.


Hoog onder mijn dak op de ante zit hij, de grijze colossus en hij kijkt mij aan van, zo hier heb je niet van terug. De plakaten op arm en been zijn groengelig van kleur maar stinken niet, vers van de pers. Een korte schoonmaakbeurt op de badkamer verlost mij van deze natuurlijke vorm van duiven expressie.


Ik bedenk me plots dat ik héél blij mag zijn dat koeien als ze niet op stal staan en buiten rondlopen, dat zij niet kunnen vliegen. Anders had ik mij geheel overgoten met flaters in een gierkelder gewaand.

Immers een duivenflat is beter dan een koeieflater op je mieter.


Als Wiedergutmachung laat ik deze vliegende brigade van BOB de Bouwers maar begaan en probeer niet meer uitbundig toe te geven aan dit komische geheel….