Onder een brug aan een rivier ligt een ingedeukte grote
kartonnen doos. Er steken twee modderige voeten uit. Bouwkundig een farce, behalve
voor zijn bewoner. Het is zijn huis. De hemel is zijn dak verder niets. Zomers
warm en s ’winters ijskoud.
Schoenen heeft hij niet. Voeten zijn gehard door ruw
dik onooglijk eelt. Zijn lichaam is tenger en vies. Schoonwassen zou hem lekker
doen ruiken, maar dan verdwijnt zijn laatste greintje weerbaarheid.
Eten en
drinken gaan bij hem niet volgens de schijf van vijf, maar volgens de onhygiënische
restanten in vuilnisbakken. Is het mogelijk om zo te blijven leven en waarom
deze (on)vrijwillig gemaakte keuze?
Heeft de man genoeg van de maatschappelijke carrière of
politieke correctheid, de betalingsdiscipline van de belastingwetgeving of heeft
hij het hoofd buigen en in de maat lopen, opgegeven?
Zijn huis is mobiel, inklapbaar wanneer hij door de handhavers
wordt verwijderd. Bijkomend voordeel, zijn tegenwoordig huis kost niets en is volledig
recyclebaar. Steeds weer steekt hij ongestraft zijn huis in de brand. Van de
restwarmte geniet hij, voor slechts een kort moment, maar dan toch.
Een nieuwe woning zoeken gaat snel. Een gratis kartonnen
doos vinden diens uiteinden uitklappen en voilà de woning is klaar voor
gebruik, met gratis buitenairco zonder het irritante mechanische gezoem.
Als jong kind ben ik beschermd opgevoed met mijn familie in
een woning van steen met een stevig pannendak. Verwarming slechts in een kamer via
de kolenhaard, welke warmte en genegenheid uitspuwt. Als kind weet ik niet
beter. Naar bed gaan in een ijskoude slaapkamer. Snel warm worden door de
kruik, wat een luxe toen.
’s Morgens niet naar buiten kunnen kijken door de
bevroren ruiten met ijs-rozetten erop.
Overdag buiten spelen met kinderen, warm gekleed in de
kou ravotten. Het computertijdperk is dan nog niet aangebroken.
Tegenwoordig zijn huizen super-de-luxe. Het verondersteld
geluk ligt via een elektrisch infuus aan de social media vastgeklemd. De wereld
ligt binnen bereik in de woning.
Veel woningen staan onder water, lezen we in de krant.
Het dak is niet kapot, water loopt niet ongeremd door de gang. Nee, de
hypotheekschuld is groter dan de economische waarde.
De man in de kartonnen doos is wel schuldenvrij. Hij is met
niets gekomen en neemt afscheid van het leven materieel gezien, nagenoeg met niets.
In zijn hart zit een ongekende niet te bevatten rijkdom van tevredenheid.
Waarschijnlijk zal niemand hem volgen op zijn pad en dus
blijft hij alleen achter,