In de jaren `60 van de
vorige eeuw ben ik zelf nog een kleine ukkepuk. De kleurentelevisie heeft nog
maar twee kleuren, wit en zwart. De kleuren smelten samen in dezelfde gedachte als yin en yang en stimuleren elkaar zodoende tot de volledige 100% in voor- en tegenspoed. Wit en zwart is tegenwoordig een hot
item geworden,vooral als het gaat om tegenstellingen, racisme en de toestroom van vluchtelingen. Wit is de makkelijke overheersende vorm in tegenstelling
tot zwart die het voor de kiezen krijgt steeds maar weer opnieuw.
In de jaren zestig ben ik
daar niet mee bezig. Kinderen kennen namelijk geen racistische gevoelens. De zwarte helden komen uit Amerika. Vooral uit de balsporten, verder de
grootheden uit de atletiekwereld en last but NOT least, het pugilisme, het boksen. In het boksen worden de grootste helden vertegenwoordigd.
Terug in herinnering sta
ik samen met mijn broer Paul op om de bokswedstrijden op de televisie te bekijken.
Dat mag van onze ouders. Vaak moet Clay 12 tot 15 ronden van 3 minuten aan de
bak tegen zijn opponenten.
Paul en ik slapen voor de match meestal slecht omdat
we bang zijn om de komende bokswedstrijd te missen. De grote kampioen
Cassius Clay moet geregeld aan de bak om zijn wereldtitel boksen te verdedigen. We hebben dan
al vaak genoten van zijn show optredens vooraf en de aaneen geregen overwinningen.
Zijn optredens genereren ontzettend veel geld en reclame voor de bokssport. waarschijnlijk ook voor de promotors. Zeg maar de Don King's met de dollartekens in de ogen.
‘s-Nachts is het dan koud in onze woonkamer
want aardgas is er nog niet en de kolenhaard suddert lauw. In de kou wachten we tot het tv sneeuwbeeld verandert in het programma uit Amerika waarin de bokswedstrijd life uitgezonden, zal beginnen. In Amerika is het dan pas vroege avond
en bij ons diep in de nacht. Dat heb je nou eenmaal met tijdzones.
De Louisville lip warmt
zich op en fulmineert in de rondte vooral naar zijn tegenstanders. Die hebben
daar allemaal last van. Vooral de heroïsche gevechten met Joe Frazier maken mondiaal een
diepe indruk.
Hoeveel slagen en stoten kan een mens verduren op zijn hoofd. Eer
hij kan uithalen en scoort.
Een keer lukt het Joe
Frazier om Mohammed Ali´s kaak te breken met een weergaloze prachtig geplaatste linkse hoek en het gevecht in een overwinning naar zich toe trekt. Een super stoot in een groots gevecht.
They never come back, is
een gevleugelde spreuk en een waarheid tot dan toe in de boks geschiedenis. Mohamed
Ali zoals hij zich noemt na meerdere verwikkelingen als dienstweigeraar, doet dat volgens mij 3 keer in totaal en
overvleugelt met zijn klasse zelfs de hedendaagse boks wetenschap.
Tegen George Foreman (ook Olympisch kampioen voordat hij profbokser wordt) is
hij de underdog. In een uitgekiend en geregisseerd plan slaat hij Foreman zwaar knock out. Foreman slaapt na zijn nederlaag ongeveer een jaar zeer slecht.
Nu is The Greatest niet meer,
hij is zelf knock out gegaan tot in de eeuwigheid. Hij is altijd trots zijn eigen weg gegaan.
We mogen hem dankbaar
zijn voor wat hij heeft betekend voor de bokssport.
PS: Ook heeft hij ons geleerd dat talent alleen niet voldoende is om de top te bereiken. Je zult er meedogenloos hard voor moeten trainen en afzien, niet soms maar altijd. Slechts dan pas kun je de grootste worden,
PS: Ook heeft hij ons geleerd dat talent alleen niet voldoende is om de top te bereiken. Je zult er meedogenloos hard voor moeten trainen en afzien, niet soms maar altijd. Slechts dan pas kun je de grootste worden,
