Translate

vrijdag 29 augustus 2014

Kraaien

De KRAAIE oet 't Lömmerichterveldj

Een tijdje geleden alweer heb ik een oud fotoalbum ingekeken. De meeste volwassenen zijn al lang overleden. Mijn blik valt op twee foto’s. De eerste foto uit de 50-er jaren voor de woning van mijn opa en oma, Tunnelstraat 16.

De buren hebben in de finale goud behaald voor 50 jaar ononderbroken huwelijk. Toen als normaal te betitelen en op de dag van vandaag een buitengewone prestatie te noemen

Veel later (’62 of ’63) nadat oma gestorven was, zijn wij met ons gezin gaan inwonen bij opa, dat ging toen eenmaal zo ivm de mantelzorg voor en ten opzichte van elkaar. De woning van opa maakt deel uit van een z.g. kolonie. De woningen waren naar buiten gericht en binnenin de tuintjes en getskes, lees steegjes. Iedereen kent elkaar. Uit die kleutertijd zijn ongetwijfeld veel dingen die toen speelden, mij ontgaan. Ik had best wel een leuke jeugd. Iedereen in de buurt had hetzelfde te besteden, weinig dus maar als kind veel plezier en kattenkwaad. 

Er was geen w.c. noch bad voorziening binnenshuis. Dat moest allemaal separaat buiten de woning op een voorziening, in de kou gebeuren. Wassen in de badkuip op de vrijdag. In het weekend kreeg je zoet en limonade. De melkman met paard en wagen kwam door de straten en melk werd nog in kannetjes verkocht, later in grote liter flessen van de Campina.

Het Limbrichterveld was een kleine gemeenschap. Er was een kleuterschool waar ik naartoe ging. Ik liep de Tunnelstraat over en via een steegje langs slagerij Cremers, richting Limbrichterweg waar het houten kleuterschoolgebouw, lag. In het dorp waren drie winkels, waaronder de Vivo en de Spar. Op de woensdag was het frieten tijd. 

Op de Tunnelstraat lag een houten friteskeet van Piet en Elly. Daar kreeg je voor weinig geld frites, frikadel, kroket, haring, rolmops of voor 5 cent een waterijsje. Toen ik groot ( 6 jaar) was ging ik naar de lagere school, lopend zoals iedereen in die tijd.

Verder had Limbrichterveld een voetbalclub, de “Kraaie”. Mijn vader heeft daar gevoetbald en heeft nog lang als vrijwilliger de kalk-lijnen op het voetbalveld getrokken op zaterdag. Daarbij werd hij steevast begeleid door ons hondje Tommie, een asbak foxje.  Mijn broer en ik hebben dit hondje van het slachthuis gered. Iemand op een fiets wilde hem daar laten afmaken. Ons gezin heeft zich over dit lieve hondje ontfermd.

Han
De “Kraaie” hadden het voetbalveld dichtbij de kolonie. De jeugd amuseerde zich daar en er werd wekelijks getraind en gevoetbald. De voetbalclub had ook een omkleedruimte in de vorm van een gemetseld gebouwtje. Ik weet nog dat de voetballers tijdens de rust, dampend hete thee dronken.

Op een wedstrijddag. Ik meen mij te herinneren dat ik een jaar of vijf oud was, stond ik naast de goal. 

De wedstrijd was aan de gang. Plots werd uitgehaald. Ik kreeg de leren poeier hard midden in mijn gezicht. Ik werd volledig omgeschoten en heb toen mijn 1e knockdown beleefd. Ik weet nog dat de wedstrijd of oefenpartij even werd stil gelegd om zich om mij te bekommeren. Commotie ten top. 

Aangeslagen als ik was ben ik vergeten om te huilen. Nu ik eraan terug denk voel ik die bal, alweer.
Dan denken we tegenwoordig dat altijd een gebouw of een standbeeld nodig is voor een memorabele- en gedenkwaardig gebeurtenis, niet dus. Een foto zal mogelijk nog meer de sentimentele omstandigheden van toen kunnen weergeven

De kolonie werd uiteindelijk afgebroken om plaats te maken voor de flats aan de Eisenhowerstraat. Op dit moment is de kolonie aan de overzijde van de Tunnelstraat aan de beurt om gesloopt te worden. Echter de gevels blijven gelukkig behouden. Mooi toch die behouden nostalgie.